2003

catalogus "Het oog van de vrouw"
(samenstelling Sandrine van Noort)


(...) Pietsjanke Fokkema ervaart het kunstenaarsschap als een afgescheiden gebied. In haar atelier, de enige ruimte waar ze haar eigen normen kan stellen, reflecteert ze op de wereld om haar heen. Haar wereld in het atelier en de andere wereld waar haar zoon naar school gaat, waar ze boodschappen doet en gesprekken voert op het schoolplein, zijn voor haar twee verschillende werkelijkheden. Haar tekeningen gaan over de wrijving tussen die verschillende werkelijkheden. "In mijn werk vraag ik me af: hoe ontstijg je beperkingen die door de omgeving en door andere mensen om je heen opgelegd worden. Zo vraag ik me steeds af: hoe kan het me lukken om zo groots te zijn als ik werkelijk ben en alleen voor mezelf kiezen?" Als het aan haar ligt, sluit ze zich op en werkt alleen nog maar. "Zoals de kunstenaars uit de Nederlandse Renaissance zich op een bezeten manier op een patroontje van het vloerkleed konden concentreren. En dat patroon eindeloos herhalen en inkleuren. Door die kunstenaars, die leefden in de overgangsperiode van de Middeleeuwen en de Renaissance, laat ik mij inspireren. Ze tekenden het perspectief nog knullig maar er zit een directheid in die schilderijen die mij aanspreekt. Ze hebben prachtige vondsten gedaan zoals een ridder die in een landschap rijdt en op de achtergrond zie je een behangetje geschilderd; twee werelden worden met elkaar verbonden: de binnenwereld geïllustreerd met het behangetje en de buitenwereld. Ik ben vooral geïnteresseerd in de aandacht voor het detail die de renaissanceschilders hadden. Het schilderen van een mug of een lichtval op een kraaltje of het eindeloos inkleuren van hetzelfde patroon. In die aandacht voor het schilderen van het kleine en in de herhaling zit diepgang".