2003

catalogus "Genadeloze Sprookjes
tekst Riet van der Linden

Er waren eens.... De positie van buitenstaander maakt vrij maar tegelijk kwetsbaar. De druk die uitgaat van de buitenwereld en de vraag hoe jezelf daartegen te beschermen, spelen ook een rol in het werk van Pietsjanke Fokkema. Ze begon als schilder en schilderde steevast hetzelfde type vrouw, een wat burgerlijke, bangelijke vrouw die overal buiten staat, zich vastklampend aan het vrouwelijk attribuut bij uitstek, de handtas. (...) Na de geschilderde zelfportretjes volgde haar eerste grote potloodtekening Alles is gebreid van haar familie in Friesland: 'Alles wat je op die foto ziet is gebreid. Zelfs de onderjurk van mijn oma'. (...) Het is een arbeidsintensieve en gedisciplineerde werkwijze die geen ruimte laat aan de verbeelding maar des te meer aan contemplatie. Het is haar manier om zich te bezinnen op – en misschien ook af te rekenen met – haar verleden. Fokkema voelt zich ontegenzeggelijk kwetsbaar als vrouw, alleenstaande moeder en als kunstenaar. Zij heeft behoefte aan erkenning en begrip van de buitenwereld maar uit zelfbescherming voert zij de belangrijkste dialoog met zichzelf in haar werk In het dubbelportret Links en rechts laat zij twee kanten van zichzelf zien. Het is een belangrijke tekening die inzicht biedt in de innerlijke strijd die zij voert. (...) Het is een psychologisch zelfportret waarin zij zich afvraagt wat vrouwen op hun plaats houdt: 'wat je zou willen zijn en wat je tegenhoudt'. Door verschillende generaties in één beeld samen te brengen, maakt Fokkema duidelijk dat zij zich niet alleen richt tot zichzelf maar ook tot haar moeder en de moeder van haar moeder en misschien wel tot alle vrouwen. (...). Droom en werkelijkheid, verleden en toekomst, alles ligt in het heden besloten. In Through the Looking Glass ligt Fokkema op een sofa in haar huiskamer. Ze ligt met haar rug naar de kamer toe en met haar gezicht naar de, met een soort mandala's gedecoreerde muur. De sofa vormt een eilandje van rust in de chaos van het huishouden om haar heen. Haar zoontje zit vergeten op zijn potje. Over een stoel ligt een mooie sprookjesmantel met daarnaast een paar stevige leren laarzen. Deze tekening is in onderdelen met grote precisie uitgewerkt en ten dele schetsmatig gehouden waardoor fictie en realiteit door elkaar heen spelen. Net als in Links en rechts, schuift de tijd in elkaar.